Eén van de meest toegepaste wand- en plafondafwerking is pleisterwerk. Binnen de NBS systematiek is ervoor gekozen om de resultaatseisen in de resultaatsspecificatie (rubriek 0) op te nemen overeenkomstig de Europese richtlijnen EN 13914 deel 1 voor buitenpleisterwerk en de EN 13914 deel 2 voor binnenpleisterwerk. Waarom zult u zich afvragen er zijn toch ook branchevoorschriften? Deze keuze is gemaakt omdat alle fabrieksmatig geproduceerde pleistermortels moeten voldoen aan Europese normen welke NBS heeft opgenomen in de rubriek 1 van de korttekst, de bovengenoemde uitvoeringsnormen zijn speciaal ontwikkeld voor deze pleistermortels. Door gebruik te maken deze uitvoeringsnormen in de resultaatsspecificatie kunt u resultaatseisen stellen aan het pleisterwerk die naadloos aansluiten bij deze pleistermortels (deze zijn ook te begrijpen als u eventueel het werk uit besteed aan een buitenlands stukadoorbedrijf).

De hieronder een korte uitleg van de resultaatsspecificatie voor binnenpleisterwerk:

BINNENPLEISTERWERK (EN 13914-2)

Wijze van aanbrengen.....

Hier geeft u aan hoe de pleistermortel moet worden aangebracht gespoten of bijvoorbeeld gespaand.

Ondergrond (tabel 3): .....

Hier geeft u de ondergrond aan waarop het pleisterwerk moet worden aangebracht tabel 3 geeft 20 soorten ondergronden met daarbij de eventuele voorbehandeling die benodigd is.

Vlakheidseisen ondergrond.....

Hier geeft u de vlakheidseisen op van de ondergrond op.

Maximaal vochtpercentage ondergrond (%): .....

Hier kunt u aangeven wat het maximaal vochtpercentage van de ondergrond mag zijn voor bijvoorbeeld gipspleisterwerk op en betonnen ondergrond schrijft de norm een maximaal percentage voor van 3% i.v.m. een eventuele chemische reactie tussen het beton en de gipspleister.

Systeemopbouw.....

Hier geeft u aan of een het een- of meerlaagssysteem betreft.

Aantal lagen.....

Bij een meerlaagssysteem kunt u hier het aantal lagen opgeven.

Minimale totale laagdikte (tabel 4) (mm): .....

Hier kunt u aangegeven welke minimale laagdikte u verlangt van uw pleistersysteem tabel 4 geeft precies aan voor elke type pleistermortel wat de minimale laagdikte betreft.

Soort afwerking:

De afwerking kan in vele soorten worden uitgevoerd bijvoorbeeld een gladde afwerking, geschuurde afwerking, ruwe afwerking, structuurafwerking, gekrabde afwerking, ruwpleister, gespoten afwerking enz. enz.

Kwaliteitseis gladde pleisterlaag (tabel 5) (klasse):

Als er bij soort afwerking is gekozen voor een gladde afwerking kan hier worden aangegeven wat kwaliteit moet zijn van de gladde afwerking. (in annex A van de EN 13914-2 staan de acceptatiecriteria voor de gekozen Q(quality) klasse (Q1 t/m Q4).

Vlakheid pleisterlaag (tabel 6) (klasse):

De vlakheid wordt bepaald met behulp van een 2 meter rei. De opgegeven klasse geeft aan wat de maximale afwijking mag zijn onder de rei.

Hoeknauwkeurigheid (tabel 7) (mm):

Hier kunt u de maximale afwijking aangegeven van aansluitende vlakken onder een hoek van 90 graden. In de EN 13942-2 staat een rekenmethode om dit door de aannemer aan te laten tonen.

Afwerking oppervlakte.....

Beschrijf hier de gewenste afwerking bijvoorbeeld geverfd.

Kleur afwerking.....

Beschrijf hier de kleur van de afwerking.

Oppervlaktehardheid (N/mm²): .....

Geef hier de hardheid van het pleisterwerk op i.v.m. pleisterwerk in natte of vochtige omgevingen.

Brandwerendheid, in eindsituatie (RE) (EN 13501-2) of Brandwerendheid, in eindsituatie (REI) (EN 13501-2)

Deze keuze is zeer specialistisch en is vooral van belang bij vluchtwegen, Eurocode 6 Ontwerp en berekening van constructies van metselwerk – Deel 1-2: Algemene regels – Ontwerp en berekening van constructies bij brand stelt in paragraaf 4.2 dat een gepleisterde wand kan bijdragen aan verhoging van de brandwerendheid van een gemetselde wand mits ze zijn voorzien van een pleisterlaag met mortels conform de EN 13279-1 of EN 998-1. Deze eurocode wordt aangewezen door het bouwbesluit.

Laat u verrassen door de veelzijdigheid van de NBS systematiek ga er vandaag mee aan de slag.